Door Jan Pieter Ekker. Daags voor de opening van
IDFA werd bekend welke vijftien documentaires nog in de race zijn voor de
Academy Award for Best Documentary Feature. De Nederlandse inzending
Bloody Monday’s & Strawberry Pies van
Coco Schrijber, vorig jaar op het
Nederlands Film Festival bekroond als beste documentaire, zit daar niet bij.
Capitalism: A Love Story van
Michael Moore, die met
Bowling for Columbine in 2003 de
Oscar al eens won - en de
IDFA Audience Award, de
Prix Spécial du 55ième Anniversaire op het festival van
Cannes en een sloot andere prijzen - maakt ook geen kans meer.
Maar acht andere lange documentaires die op deze editie van IDFA draaien, staan wél op de Oscar-shortlist:
The Cove, Food, Inc., Garbage Dreams, The Most Dangerous Man in America, Mugabe & the White African, Sergio, Soundtrack for a Revolution en
Burma VJ, die vorig jaar op IDFA werd bekroond met de hoofdprijs, de
Joris Ivens Award en deze editie opnieuw te zien is omdat regisseur
Anders Østergaard in de Feature-Length Documentary-jury zit.
Worden de films beter van de nominaties en prijzen? Nee, natuurlijk. Maar de prijzen doen de films wel goed. Bekroonde films worden uitgenodigd voor andere festivals, en de prijzen maken nieuwsgierig. Prijzen helpen films en makers vooruit. Daarom worden er ook zoveel prijzen uitgereikt.
Op de allereerste editie van IDFA, in 1988, waren er slechts drie prijzen te verdelen: de
Joris Ivens Award, de
Juryprijs en de
Publieksprijs. De jury onder leiding van
Frederik Wiseman - deze editie geëerd met een
Living Legend Award - verdeelde de hoofdprijs daarom maar over twee films.
Vanmiddag wordt een karrenvracht prijzen uitgereikt, waaronder voor het eerst ook een prijs voor de beste Nederlandse documentaire. Voor de goede orde: nog geen twee maanden geleden won
Rotvos van
Jan Musch en
Tijs Tinbergen op het
Nederlands Film Festival het
Gouden Kalf, zeg maar de prijs voor de beste Nederlandse documentaire van het jaar.
Ook nieuw is dat de hoofdprijs niet meer naar de naam van
Joris Ivens draagt. Er worden alleen nog
IDFA Awards vergeven – prijzen zijn namelijk óók belangrijk voor festivals en festivals willen daarom graag dat iedereen weet waar de prijs vandaan komt.
En toch is het jammer, dit staaltje branding. Sterker: zou het niet veel mooier zijn om de hoofdprijs volgend jaar weer gewoon naar Joris Ivens te vernoemen, de prijs voor de beste middellange documentaire naar pak ‘m beet
Johan van der Keuken of
Bert Haanstra, die voor beste korte documentaire naar
Herman van der Horst, en de beste studentenfilm naar
Louis van Gasteren? Eventueel plakken ze er nog ‘IDFA’s’ voor en een sponsornaam. Zo incorporeert het festival de rijke Nederlandse documentairegeschiedenis. Dát is pas branding.
Jan Pieter Ekker is freelance journalist en vormgever
www.jpekker.nl
Je moet lid zijn van Nederlands MediaNetwerk om reacties te kunnen toevoegen!
Join Nederlands MediaNetwerk